Zinsontleding

 
Het benoemen van zinsdelen
 
De zinsdelen zijn: persoonsvorm (gezegde), onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp en ander zinsdeel. Er zijn er meer, maar deze worden in groep 8 behandeld.
 
Het ontleden van een zin doe je in stappen.
 
            Joop heeft een mooie brief voor oma geschreven.
 
 
a)         “Persoonsvorm”       
Vraagzin maken, meervoud/enkelvoud, tijd veranderen (zie spelling werkwoorden)
           
            Heeft Joop een mooie brief voor oma geschreven?
 
            Staan er nog andere werkwoorden in de zin?  geschreven
           
            Heeft geschreven = gezegde
 
b)                 “Onderwerp”                       
Wie/wat + gezegde
 
            Wie/wat heeft geschreven?    Joop
 
c)                  “Lijdend voorwerp”             
Wie/wat + gezegde + onderwerp
 
            Wie/wat heeft Joop geschreven?       Een mooie brief
 
d)                 “Meewerkend voorwerp”
Aan wie/voor wie + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp
 
            Aan wie/voor wie heeft Joop een mooie brief geschreven?  Voor oma
 
 
In (bijna) elke zin staat een persoonsvorm en een onderwerp. Aan lijdend voorwerp of een meewerkend voorwerp hoeft er niet in te staan. Krijg je dus geen goed antwoord op je vraag, zijn alle zinsdelen die je over houdt “ander zinsdeel”.
Inloggen

14-03-2012 Project werkbezoek
14-03-2012 O&O&O- markt



Deze school maakt deel uit van:
De Federatie Utrechtse Heuvelrug
logo