Procenten

 
 
Procenten en kommagetallen:
 
Procenten:
 
In groep 8 word je doodgegooid met procentsommen. Eigenlijk helemaal niet moeilijk, als je maar op de juiste manier rekent.
 
Het volgende schema kan je hierbij helpen:
 
Breuk
Procent
Kommagetal
1
1
 
100%
 
1,00
1
2
 
50%
 
0,50
1
3
 
33,3 %
 
0,33
1
4
 
25%
 
0,25
1
5
 
20%
 
0,20
1
8
 
12 ½ %
 
0,125
1
10
 
10%
 
0,10
1
20
 
5%
 
0,05
1
25
 
4%
 
0,04
1
50
 
2%
 
0,02
1
100
 
1%
 
0,01
 
 

 
 
De basis om procenten te begrijpen is dat alles bij elkaar 100% is. Even een som als voorbeeld:
 
Een man koopt een trui in de aanbieding. De trui was eerst € 80,-. In de uitverkoop krijgt de man 25% korting. Wat kost de trui nu?
 
€80,- is wat de trui kostte. Dat is 100%. Er gaat nu 25% af. De handigste manier om dit uit te rekenen is een verhoudingstabel:
 
 
Bedrag €
 
 
€ 80,-
 
€ 20,-
 
Procenten %
 
 
100%
 
25%
 
De man krijgt dus € 20,- korting en moet dus € 60,- betalen.
 
 
Nog een voorbeeld, alleen nu wat moeilijker:
 
Jan brengt €1000,- naar de bank. De bank geeft 4,5 % rente. Wat krijgt Jan als hij zijn geld na een jaar weer ophaalt?
 
Ik maak weer een verhoudingstabel:
 
 
Bedrag €
 
 
€ 1000,-
 
€ 10,-
 
€ 5,-
 
€ 45,-
 
Procenten %
 
 
100%
 
1%
 
0,5%
 
4,5%
 
Jan kan dus zijn €1000,- ophalen + de € 45,- die hij erbij krijgt, dus € 1045,-
 
 
Kommagetallen:
 
Het rekenen met kommagetallen zal ik laten zien aan de hand van 2 voorbeelden. Eerst het vermenigvuldigen met kommagetallen.
 
22,35 x 17,8=            
 
Haal de komma’s uit de som. Dan blijft de volgende som over.
 
                            2235
                              178 x
                          17880
                         156450
                         223500 +
                         397830
 
Het antwoord is dus 397830. In mijn som stonden 3 getallen achter de komma, dus moet ik in mijn antwoord ook 3 getallen achter de komma zetten. 397,830.
 
Ook een voorbeeld met een deelsom: 19,5 : 3,25. De manier om deze som uit te rekenen is om de komma uit het getal te halen door ze allebei groter te maken. Maak je het ene getal 10 keer zo groot, moet je dat bij het andere getal ook doen.
 
19,5 : 3,25=                195 : 32,5=                 1950 : 325= 6            
                                                                       1625 -             5 keer
                                                                         325
                                                                         325 –             1 keer 
                                                                             0
 
 
Wil je even oefenen? Dan kan dat op de volgende site: Breuken en procenten.
Succes met oefenen!
 
Meester Mark
 
 
 
Inloggen

14-03-2012 Project werkbezoek
14-03-2012 O&O&O- markt



Deze school maakt deel uit van:
De Federatie Utrechtse Heuvelrug
logo